In 1786 brak er in alle hevigheid een burgeroorlog uit in de Nederlanden. De spanningen in het politieke conflict tussen de patriotten en orangisten liepen over.

Stadhouder Willem V greep militair in. Op 4 september 1786 werden de door patriotten gedomineerde Gelderse steden Hattem en Elburg beschoten door stadhouderlijke troepen.

De oorlog kende vele gewelddadigheden: vernielingen, militaire mobilisatie, intimidaties, politieke zuiveringen, plunderterreur en gewapende schermutselingen.

In 1787 zou het Pruisische leger met een grootschalige invasie een einde maken aan de burgeroorlog in de Nederlanden.